De uit Nigeria afkomstige Stella (45) is graag bezig. Niet alleen omdat ze ijverig is, maar ook omdat ze hard moet werken om de eindjes aan elkaar te knopen en ze anders in een neerwaartse spiraal terechtkomt. Therapie helpt haar grip te krijgen, maar die is flink afgeslankt. De financiële hulp die ze ontving voor het betalen van haar huur werd plotsklaps beëindigd. Wat ze ook doet, het lijkt nooit goed genoeg. Een gevoel van spijt overheerst: “Had ik maar andere keuzes gemaakt.”.
Eén grote familie
Het is 2024 als Stella aanklopt bij TheBridge2Hope. Een vriendin van haar, tevens oud-deelnemer van het programma van de organisatie, vindt dat Stella te veel in haar hoofd zit en dat ze naast therapie een praktische aanpak nodig heeft. Dit blijkt het duwtje dat ze nodig heeft. “Meedoen aan de lessen maakt me minder zwaarmoedig en helpt me mijn zelfvertrouwen op te bouwen. Ik heb namelijk vroeger nooit op school gezeten, waardoor ik een langzame leerling ben. Niemand van de deelnemers of vrijwilligers die daar echter iets van vindt. Integendeel, ze moedigen me juist aan, zeker als ik het even niet meer zie zitten. We zijn één grote familie, we delen lief en leed. Voor mij is TheBridge2Hope precies dat: een plek van hoop.”
Alles op alles
Toch wringt het bij Stella. Want wat ze ook doet om een waardevolle bijdrage te leveren aan de maatschappij, in de hoop op een verblijfsvergunning, ze krijgt er niks voor terug. Sterker nog, ze lijkt er alleen maar op in te leveren. Aan werklust ontbreekt het haar allerminst. Ze kookt dat het een lieve lust is: op boerderij De Meent en in het Wereldhuis, beiden plekken waar ongedocumenteerde mensen terechtkunnen voor werk of advies; en vaak ook in het weekend bij het Rode Kruis voor arme mensen. Op adem komen doet ze op zondag als ze zingt in het kerkkoor. “Omdat ik voor dit alles niet betaald krijg, maak ik huizen van oudere mensen schoon en geef hen zorg, liefde en aandacht. Van de kerk krijg ik ook wat geld, zodat het me uiteindelijk altijd lukt om de huur te betalen.”
Altijd gestrest
Vijf jaar geleden ontving Stella nog huursubsidie. Op aandringen van haar casemanager bij Vluchtelingenwerk had ze zich opgegeven voor een programma om een eigen onderneming te beginnen. Stella wilde inzet tonen en dacht dat ze hier goed aan deed. Na afronding daarvan werd de huursubsidie echter stopgezet. “Blijkbaar had ik door ondertekening van het deelnameformulier ingestemd om na afronding van het programma terug te keren naar Nigeria. Ik ben er gewoon ingeluisd. Ik kan niet terug.”
Ook is haar therapie teruggeschroefd, terwijl ze die zo hard nodig heeft. “Ik ben altijd gestrest, zeker aan het einde van de maand als ik de huur moet betalen. Ik wil niet opnieuw op straat belanden.” Dan voegt ze er met een zacht stemmetje aan toe: “Weer worden verkracht.” En daarna: “Had ik maar naar mijn vader geluisterd.”
Onterft
Stella groeit op in een christelijk gezin van negen kinderen. Haar ouders zijn handelaren en al jong leert ze de kneepjes van het vak, zodat ze voor zichzelf kan zorgen. “Als ik een jaar of negentien ben, komt er opeens vaak een man op bezoek met geschenken voor mijn vader. Deze man probeert zijn respect te winnen, want hij wil met me trouwen. Ik ben niet besneden, wat mij zeer gewild maakt.” Stella weigert echter. “Ik zei nooit nee tegen mijn ouders, maar hier konden ze me niet toe dwingen. Als gevolg onterft mijn vader me, die me nooit meer wil zien en me uit huis zet.”
Stella vervolgt: “Ik verblijf bij een vriendin en krijg een vriend met veel geld.” Hij blijkt de leider van een beruchte bende. Dan ziet Stella op het nieuws dat hij wordt gezocht door de overheid. Ze wordt bang en vlucht. Het noodlot slaat toe als ze bendeleden van haar vriend tegenkomt. “Ik moet met ze mee, wat ik weiger, en word verkracht. Ik ontkom aan ze, maar kan nergens heen en het leven op straat is zwaar.”
Vlucht
Als Stella verneemt dat haar vriend is vermoord, waant ze zich vogelvrij. Ze besluit te vluchten. Zoals zovelen komt ze terecht in de handen van mensenhandelaars die haar een betere wereld voorspiegelen. Ze wordt op een vliegtuig naar Amsterdam gezet, alwaar ze wordt gedwongen in een bordeel te werken. Uiteindelijk lukt het Stella om te ontsnappen. “Ik zag mijn kans schoon en duik een tram in. Vele haltes verder stap ik uit, spreek huilend een man aan, die vervolgens de politie belt.” Stella wordt naar een opvang gebracht, waar ze de eerste periode geen woord durft uit te spreken, bang dat ze is dat iemand een van de mensenhandelaars inlicht.
Spijt
“Soms denk ik wel eens: ‘Had ik maar die man getrouwd, dan was me veel leed bespaard gebleven en had ik niet hoeven bedelen om geld. Dan had ik afscheid van mijn vader kunnen nemen voor hij stierf. En had ik mannen nog kunnen vertrouwen. Ik kan het verleden niet veranderen, maar hem loslaten kan ik ook niet. Had ik maar andere keuzes gemaakt.” Wat als ze ja had gezegd? Daar weet ze het antwoord niet op. “Maar nu besta ik niet. Ik word niet beloond, niet gewaardeerd voor alles wat ik doe. Ik voel me gebruikt.”
Hoop
Toch raapt Stella zich telkens weer op. En nu vindt ze steun bij TheBridge2Hope. De absolute meerwaarde van de organisatie, vindt ze, is dat je niet alleen naar de les komt om te leren. “De vrijwilligers helpen ons ook met zaken buiten de lessen om, zijn in ons geïnteresseerd en willen weten hoe het met ons gaat. Dit alles geeft me energie en zelfvertrouwen.” Stella weet dat ze te veel in haar hoofd zit. “Ik hoop dat TheBridge2Hope me leert helpen om te praten over de dingen die ik heb meegemaakt en ze een plek te geven. En dat ze me kunnen helpen met het krijgen van een verblijfsvergunning.”
Geschreven door Bianca Wijnstekers


